Moet ik de AI-verordening in mijn aanbesteding opnemen?

Ja. En de belangrijkste reden is niet de wet, maar uw eigen planning.

Reken het even voor

Neem de doorlooptijd van uw voorbereiding, tel die op bij vandaag, en vergelijk de uitkomst met 2 december 2027. Dat is de datum waarop de zware verplichtingen voor AI met een hoog risico ingaan. Voor AI die in producten zit is het 2 augustus 2028.

Publiceert u vóór die datum, dan valt de ingangsdatum tussen publicatie en gunning — en uw stukken liggen dan al vast. Publiceert u erna, dan geldt het gewoon. In beide gevallen loopt uw contract eroverheen.

„Het geldt nog niet” is een uitspraak over vandaag. En vandaag publiceert u niet.

U koopt geen AI, u koopt dienstverlening

U koopt een rapport, een berekening, een beoordeling. Wat u niet weet, is hoe dat tot stand is gekomen: een inschrijver mag AI gebruiken zonder het te melden.

Dat hoeft geen probleem te zijn — AI is vaak beter dan handwerk. Het probleem is dat u niet weet of het goed is, en het ook niet kunt nagaan.

De wet beschermt u niet, hij maakt u verantwoordelijk

Veel mensen denken dat de AI-verordening hen beschermt tegen een onbetrouwbare leverancier. Dat doet zij niet: beschermd worden de mensen over wie het gaat. Ú bent degene op wie zij verplichtingen legt, en die kunt u niet uitbesteden. „Mijn leverancier voldeed eraan” is geen verweer.

Daar staat iets tegenover: u heeft een legitieme grond om documenten te vragen. Niet „ik wantrouw u”, maar „ik heb dit nodig om aan mijn eigen plicht te voldoen”.

Besteedt u een publieke taak uit?

Dan geldt er iets bijzonders. De verplichting om de gevolgen voor de grondrechten te beoordelen, rust niet alleen op overheden maar ook op particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen (artikel 27, lid 1).

Doet een private partij uw re-integratie, schuldhulp of WMO-indicatie met een hoog-risicosysteem, dan heeft zij die plicht. U vraagt dus niets extra’s — u vraagt naar iets wat uw leverancier zelf moet regelen.

Controleren kunt u niet. Dit werkt wel.

Zeg dat gerust hardop: u heeft juist uitbesteed omdat u die kennis niet in huis heeft. Wie u zekerheid belooft, verkoopt lucht. Drie dingen helpen wel.

Vraag om wat u zelf kunt nakijken. Niet de conclusie, maar de onderbouwing: kloppen de uitgangspunten, bestaan de genoemde data, staat de steekproef erbij. Daar heeft u geen expert voor nodig.

Betaal voor een resultaat, niet voor uren. Zolang u uren betaalt, verdient uw leverancier aan het verschil tussen een mensdag en een machineminuut — en heeft hij een reden om niets te zeggen.

Laat een ander controleren die het wél kan. U keurt het staal ook niet zelf; u eist een certificaat. Voor AI is dat net begonnen: sinds 14 oktober 2026 staat er een geharmoniseerde norm voor AI in het Publicatieblad.

De vraag die u stelt

Niet „gebruikt u AI?” — dat is één woord liegen.

„Welke onderdelen van deze opdracht komen tot stand met behulp van AI, en wie beoordeelt die onderdelen binnen uw organisatie voordat zij aan ons worden geleverd?”

Vraag om de naam en de rol van die persoon. Dat levert een document op in plaats van een mening, en het is een kwaliteitsvraag die u ook zonder AI had kunnen stellen.

Hoe u het opneemt

Een eigen verklaring van één A4 bij inschrijving is proportioneel: geen certificaat, geen audit. Wie geen AI gebruikt is in één regel klaar. De beheersmaatregelen horen bij de kwaliteitsgunning, want daar wilt u onderscheid — geen drempel. Als uitsluitingsgrond opnemen is niet nodig en niet verstandig.

Hulp bij de uitvraagtekst?

Wij hebben de vragen uitgeschreven zoals u ze in een inkoopdocument kunt opnemen, met per vraag de vindplaats in de verordening.

Neem contact op — of doe eerst de gratis AI Act-zelftest.

Zie ook: Is de AI-verordening versoepeld? en Is AI-geletterdheid verplicht? · Wat als een medewerker iets verkeerds uit AI overneemt?